De Italiaanse componist Giacinto Scelsi zag klank als iets dat voorafgaat aan de mens: de componist is eerder een medium dan een maker. Geïnspireerd door oosterse filosofie werd hem steeds duidelijker dat de ware muziek in de klank zélf te vinden moest zijn. Zijn jarenlange speurtocht naar de essentie hiervan leidde naar een muziek die steeds ritualistischer werd.
In zes solo’s duiken de musici in de wereld van resonantie en energie, en verkennen ze de uitersten van de klanken van hun instrument. Er wordt gegromd, gekreund, geschreeuwd en gesist. De bassist voert een ritmisch rituele dans uit, bezweringen worden uit de piano gehamerd en in In nomine Lucis horen we tenslotte de klank als oerprincipe. Dit is muziek die niet beluisterd wil worden, maar ervaren.
Kristia Michael sopraan
Heleen Hulst altviool
Dario Calderone contrabas
Gerard Bouwhuis piano
