Soms moet je als componist rigoureuze beslissingen nemen als je een klankideaal hebt. Zo bedacht Louis Andriessen zijn Symfonie voor losse snaren, een stuk voor twaalf solisten die ieder slechts vier losse snaren tot hun beschikking hebben. Geen vibrato, geen vingers op de snaren. Het resultaat: een schone, open klank en melodieën waarbij de spelers hun toon op een presenteerblaadje doorgeven aan de volgende losse snaar in de melodie.   
 
Ook in De Staat worden de instrumenten extreem gebruikt – massief, ritmisch, percussief. Het is wonderlijk hoe het origineel overeind blijft als je De Staat ‘reduceert’ tot twee piano’s. Dezelfde opwinding, even overweldigend, maar ook geeft deze versie een kraakhelder beeld van de structuur en de noten. Zeker als het gespeeld wordt door Gerard Bouwhuis en Ellen Corver, groot kenners en voorvechters van de hedendaagse Nederlandse muziek.